Orgelhistorie

Op 2e kerstdag 1842 werd de nieuwe Hoflaankerk in gebruik genomen met een in bruikleen verkregen orgel.

Het eerste eigen orgel was het bovenstaande Witte-orgel, op 29 november 1857 in gebruik genomen. Geleverd door de firma J. Bätz & Co te Utrecht en gebouwd o.l.v. de chef van de firma de heer C.G.F. Witte. Na de bouw van de gaanderij was er behoefte aan een krachtiger orgel. Het werd het in 1911 geplaatste Standaart orgel. Het witte orgel, eigendom geworden van de firma Standaart, werd verkocht aan de Noorderkerk te Vlaardingen. Het is daar op 6 oktober 1911 in gebruik genomen en geweest tot 15 december 1957. Op 14 december 1961 in gebruik in de Maranathakerk. Bij de overplaatsing is het neogotisch front vervangen door een nieuw front. In 1990 kwam het orgel terecht in de aula van begraafplaats Vlaardingen-Holy. Info: vlaardingse orgels

Dispositie Witte-orgel bij oplevering:
Manuaal                                     Pedaal
Bourdon    16′ bas/dic.                Aangehangen
Prestant     8′
Roerfluit     8′
Gamba       8′ A-fC                      Speelhulp
Octaaf        4′                               Pianotrede
Fluit            4′
Quint          2 2/3′
Woudfluit    2′
Mixtuur       3 st.
Trompet     8′ bas/disc.

Rotterdam_Kralingen_Hoflaankerk_Standaart_1911

Het nieuwe pneumatische Standaart orgel.
Afgebroken in 1965/66. In 1960 is nog wel overwogen om het te restaureren maar helaas gooide de kou tijdens de strenge winter van 1963 roet in het eten, want de  daardoor opgelopen schade was (te) groot.

Dispositie:
Hoofdmanuaal               Positief, in zwelkast
Bourdon    16′                  Salicionaal  8′
Prestant     8′                   Viola di Gamba 8′
Gemshorn  8′                   Vox Celeste 8′
Roerfluit     8′                   Holpijp 8′
Quintadena 8′                  Salicet 4′
Octaaf 4′                          Open fluit 4′
Quint 3′                            Woudfluit 2′
Octaaf 2′                          Tremulant
Mixtuur 5 sterk
Cornet 5 sterk discant
Trompet 8′

Pedaal                               Koppelingen
Prestantbas 16′                  4 vaste combinaties
Subbas 16′
Octaafbas 8′
Trombone 8′

1360 sprekende pijpen.

Van dit orgel is de klank bewaard gebleven in de begeleiding van kerstliederen op een LP uit 1960. Via onderstaande audio-speler één van de opnamen.
Uitvoerenden zijn het Kralings Kerkkoor o.l.v. Jan Groeneveld en Adriaan Verhoef op het Standaart orgel.

ONCE IN ROYAL DAVIDS CITY

 

  1. Once in royal Davids city stood a lowly cattleshed,
    where a mother laid her Baby in a manger for His bed:
    May was that mother mild, Jesus Christ her little Child.
  2. He came down to earth from Heaven Who is God and Lord of all,
    and His shelter was a stable and His cradle was a stall:
    with the poor and mean and lowly, Lived on earth our Saviour holy.
  3. And our eyes at last shall see Him through His own redeeming love,
    for that child so dear and gentle is our Lord in Heav’n above:
    and He leads His child’ren on to the place where He is gone.

Heeft u misschien beeld- of geluidsmateriaal van dit Standaart orgel?
Graag melden via info@orgelconcertenhoflaankerk.nl.
De samensteller wil het materiaal graag gebruiken voor verdere belichting van dit orgel.

DSC_5316

In 1966 werd het Standaart orgel vervangen door het huidige.
Dit orgel, gebouwd door de bekende Utrechtse orgelbouwer Van Vulpen, stamt uit een tijd die in de literatuur wordt aangeduid als ‘neobarok’. De neobarok vierde in de orgelbouw haar hoogtijdagen in de jaren ’60; het orgel in de Hoflaankerk kan met haar bouwjaar 1966 dan ook als een neobarok orgel in optima forma bestempeld worden. In deze periode ontstond bij orgelbouwers het besef dat orgels, evenals hun voorgangers die in de barok gebouwd waren, helder en boventoonrijk moesten klinken. Dit stond in schril contrast tot de orgels die in de periode vóór de Tweede Wereldoorlog werden gemaakt. Deze orgels staan bekend om hun warme, soms wat doffe klank. Onder advies van de bekende Rotterdamse organist Piet van den Kerkhoff werd het oude orgel vervangen door het nieuwe Van Vulpen orgel, dat ook vandaag de dag door Nederlandse organisten van naam wordt geroemd als één van de beste en mooiste orgels van Nederland die in de neobarok zijn gemaakt.

Dispositie:
Hoofdwerk (man. 2)       Rugwerk (man. 1)
Quintadeen 16′                Holpijp 8′
Prestant 8′                       Prestant 4′
Roerfluit 8′                       Roerfluit 4′
Octaaf 4′                          Gemshoorn 2′
Spitsfluit 4′                       Sexquialter 2 2/3′ 2 st
Octaaf 2′                          Nasard 1 1/3′
Mixtuur 1 1/3′ 5-6 st         Scherp 3-4 st
Trompet 8′                       Dulciaan 8′
–                                       Tremulant

Borstwerk (man. 3)         Pedaal
Gedekt 8′                          Subbas 16′
Gedekte fluit 4′                  Prestant 8′
Prestant 2′                         Octaaf 4′
Octaaf 1′                            Mixtuur 5 st
Regaal 8′                           Bazuin 16′
Tremulant                         Trompet 8′
–                                        Schalmei 4′

Koppelingen
Hoofdwerk aan pedaal
Rugwerk aan pedaal
Rugwerk aan hoofdwerk
Borstwerk aan hoofdwerk